Economisch rijden

Voor economisch rijden zijn een aantal belangrijke tips te geven. Zo is het het beste om zo vroeg mogelijk over te schakelen naar een hogere versnelling. Dat geldt voor benzineauto’s , maar net zo goed voor LPG- en dieselauto’s, en ook voor hybride auto’s.

Als je moet stoppen voor een verkeerslicht of snelheid moet minderen kun je het gas het beste tijdig los laten en de auto uit laten rollen in de versnelling van dat moment. Daarbij moet je natuurlijk wel anticiperen op het overige verkeer.

Je snelheid houdt je zoveel mogelijk gelijkmatig, en je rijdt in een laag toerental in een versnelling die zo hoog mogelijk is.

Ook bij kortere stops zet je de motor af. Bij een openstaande brug, een spoorwegovergang, en ook in de file. Bij iedere korte stop, eigenlijk. En als je dan weer start, doe je dat zonder gas te geven. Als het mogelijk is maak je gebruik van je boordcomputer, cruise control en de toerenteller.

Over het gebruik van energievreters zoals dakkoffers en airconditioning maak je bewust de afweging of het gemak opweegt tegen het energieverbruik.

De brandstofbesparing die dit alles je oplevert, kan al snel oplopen tot zo’n tien procent. Economisch rijden is dus heel goed voor het milieu, en niet alleen dat, het is financieel ook nog heel aantrekkelijk!

Zeker het overwegen waard, dus.

En als je het aan wilt leren, kun je je erin laten trainen. De ANWB bijvoorbeeld heeft speciale trainingen ontwikkeld voor dit doel. Je kunt ze gewoon in je eigen regio volgen, want er zijn vestigingen genoeg die deze trainingen aanbieden.